Hardheid van witgoud
Hardheid wordt bij sieraden vaak als verkoopargument gebruikt zonder dat erbij staat wat er gemeten is. Deze pagina zet de gangbare Vickerswaarden op een rij, legt uit waarom dezelfde legering twee verschillende getallen kan opleveren, en waarom hard materiaal alsnog krast.
Witgoud 585 ligt in gegloeide toestand rond 130 tot 200 HV en witgoud 750 rond 110 tot 190 HV. Nikkelhoudende legeringen zitten aan de bovenkant, palladiumhoudende aan de onderkant. Koudvervormen tijdens het maken kan daar tientallen punten bovenop leggen.
De cijfers naast elkaar
| Materiaal | Hardheid (HV) | Gedrag bij belasting |
|---|---|---|
| Fijngoud 999 | 25 – 30 | Vervormt onder duimdruk |
| Zilver 925 | 70 – 90 | Buigt makkelijk, slijt snel |
| Platina 950 | 110 – 135 | Krast makkelijk, verplaatst materiaal |
| Witgoud 750 | 110 – 190 | Sterk afhankelijk van bijmetaal |
| Geelgoud 585 | 130 – 170 | Ter vergelijking |
| Witgoud 585 | 130 – 200 | Bovenkant bij nikkellegeringen |
| Rhodiumlaag | 700 – 900 | Zeer hard maar microscopisch dun |
De onderste rij verklaart een schijnbare tegenstrijdigheid: een gerhodineerd sieraad heeft de hardste buitenlaag van de hele lijst en krijgt tóch krassen. De laag is enkele microns dik en volgt het oppervlak eronder. Een kras die het zachtere goud indrukt, neemt de harde laag gewoon mee.
Waarom dezelfde legering twee waarden heeft
Gepubliceerde cijfers gelden bijna altijd voor gegloeid materiaal. In een afgewerkt sieraad zit vrijwel nooit gegloeid materiaal. Walsen, doorhalen, smeden en zelfs het rondbuigen van een band vervormen de kristalstructuur en maken het metaal harder. Een gewalste 585-band kan daardoor merkbaar boven de tabelwaarde uitkomen, terwijl een gegoten exemplaar uit dezelfde korrel eronder blijft.
Sommige witgoudlegeringen zijn bovendien uithardbaar met een warmtebehandeling. Dat is een keuze van de fabrikant en staat nergens vermeld. Vraag er bij maatwerk naar als slijtvastheid voor jou het doorslaggevende punt is; de productiestappen bepalen hier meer dan het karaatgetal.
Hardheid is niet krasvastheid
Krassen ontstaan door deeltjes die harder zijn dan het oppervlak. Het stof in een gemiddeld huishouden bevat kwarts, en kwarts is harder dan elk edelmetaal in de tabel hierboven. Het verschil tussen 130 en 200 HV bepaalt dus niet óf je ring krast, maar hoe snel de krasjes zich opstapelen tot een dof oppervlak.
- Harder materiaal. Minder diepe krassen, langer glans, maar minder vergevingsgezind bij vermaken.
- Zachter materiaal. Sneller mat, wel makkelijker op te polijsten en te repareren.
- Taaiheid. Bepaalt of een klauw meebuigt of afbreekt; dat is een andere eigenschap dan hardheid.
Wat je aan bestaande krassen kunt doen, staat bij krassen in witgoud. Hoe metalen zich over jaren houden, staat bij slijtvastheid van edelmetalen.
Wat dit betekent voor je keuze
Voor een ring die dagelijks tegen dingen aan komt, is een hardere legering praktisch. Dat pleit voor 585 boven 750 en voor een nikkelhoudende legering boven een palladiumhoudende, mits je huid daar geen bezwaar tegen maakt. De prijs die je ervoor betaalt, is stugger materiaal bij reparatie. De volledige afweging tussen de twee gangbare gehaltes staat bij 14 tegenover 18 karaat.
Veelgestelde vragen
Wat betekent HV precies?
Een diamanten piramide wordt met een vaste kracht in het oppervlak gedrukt; uit de afmeting van de indruk volgt het getal. Hoe hoger, hoe meer weerstand tegen indrukken.
Is 750 witgoud altijd zachter dan 585?
Meestal wel, maar de bandbreedtes overlappen. Een sterk gelegeerde en koudvervormde 750 kan harder zijn dan een zachte gegoten 585.
Waarom krast mijn ring vooral aan de onderkant?
Die zijde schuurt langs naastliggende vingers, tassen, stuur en toetsenbord. De bovenkant vangt vooral incidentele tikken op en oogt daardoor langer gaaf.
Maakt een dikkere rhodiumlaag de ring krasvaster?
Nauwelijks. Zelfs de dikste gangbare laag blijft microscopisch dun en volgt het zachtere metaal eronder. Een dikkere laag gaat vooral langer mee voordat hij doorsleet.
Laatst gecontroleerd: