Witgoud.com

Eigenschappen van witgoud

Materiaaltabellen staan vol getallen die je nooit terugziet in het dragen van een ring. Deze pagina keert het om: welke eigenschap van witgoud merk je waaraan, en waar moet je dus op letten. De losse cijferreeksen staan op de verdiepingspagina's waarnaar hier wordt verwezen.

Vier eigenschappen bepalen hoe witgoud zich houdt: hardheid (krassen), rekgrens en taaiheid (vervormen), dichtheid (gewicht en gevoel) en de chemische stabiliteit van de bijmetalen (verkleuring). De legering en de koudvervorming bepalen die waarden veel sterker dan het karaatgetal alleen.

Waar je elke eigenschap tegenkomt

Van materiaaleigenschap naar dagelijkse waarneming. De cijfers staan op de pagina in de rechterkolom.
EigenschapWaar je het aan merktVerdieping
HardheidFijne krasjes op de bovenzijde na enkele weken dragenHardheid in Vickers
DichtheidHet gewicht in je hand en de prijs per modelSoortelijk gewicht
SmelttrajectOf een reparatie in eigen atelier kan of uit moetSmeltpunt
KleurstabiliteitGele of grijze plekken zodra het rhodium door isKleur van witgoud
RekgrensEen ovaal geworden band na een klem of een valDun geworden ringband

Hard is niet hetzelfde als sterk

Die twee worden voortdurend door elkaar gehaald. Hardheid zegt hoe goed het oppervlak weerstand biedt aan indrukken en krassen. Rekgrens zegt bij welke belasting het materiaal blijvend vervormt, en taaiheid hoeveel vervorming het verdraagt voor het scheurt. Een nikkelhoudende legering scoort hoog op hardheid maar kan bij hard doorbuigen scheuren; een palladiumlegering krast eerder maar buigt liever dan dat hij breekt.

Voor een ring betekent dat: hardheid bepaalt hoe hij er na een jaar uitziet, taaiheid bepaalt of hij een ongeluk overleeft. Wie zwaar werk doet, heeft aan allebei iets, maar aan taaiheid het meest.

Het effect dat tabellen niet tonen

Vrijwel alle gepubliceerde waarden gelden voor gegloeid materiaal: de zachte toestand direct na verhitten. Zodra de edelsmid het metaal walst, buigt, hamert of doorhaalt, zet het uit en wordt het aanzienlijk harder. Een gesmede band kan daardoor tientallen procenten harder zijn dan een gegoten band uit exact dezelfde legering.

Dat verklaart waarom twee ringen met identieke stempel zo verschillend slijten, en waarom een gegoten sieraad na een reparatie soms zachter aanvoelt dan ervoor: solderen gloeit het omliggende materiaal opnieuw uit.

Chemisch gedrag

Goud zelf reageert nauwelijks. De bijmetalen wel. Koper en zilver zijn verantwoordelijk voor donkere aanslag en voor de vlekken die soms onder een ring op de huid achterblijven. Chloor is de bekendste vijand: het tast vooral de zilver- en koperfase in de legering aan en kan op termijn tot haarscheurtjes leiden bij belaste onderdelen. Wat dat in de praktijk betekent, staat bij chloor en witgoud.

Warmtegeleiding is de eigenschap die je zonder erbij na te denken al gebruikt: witgoud voelt bij het opzetten koud aan en warmt daarna snel mee met de huid. Kunststof of gelakte imitatie doet dat niet, wat het een bruikbaar eerste signaal maakt bij het herkennen van witgoud.

Terug naar de uitleg over witgoud

Veelgestelde vragen

Is witgoud sterker dan geelgoud van hetzelfde gehalte?

Meestal iets harder, doordat nikkel of palladium de legering stugger maakt. Het verschil is kleiner dan het verschil tussen een gegoten en een gesmeed exemplaar.

Waarom voelt mijn ring zwaarder aan dan een even dikke zilveren ring?

Omdat de dichtheid van witgoud ruwweg anderhalf keer die van zilver is. Bij gelijk volume weegt het goud dus fors meer.

Slijten alle plekken van een ring even snel?

Nee. De onderzijde van de band schuurt langs andere vingers en langs voorwerpen en slijt het snelst. Zetkastranden en de bovenkant van klauwen volgen daarna.

Kan een juwelier witgoud harder maken?

Alleen tijdens het maken, door koudvervorming of door een warmtebehandeling bij geschikte legeringen. Aan een afgewerkt sieraad valt de hardheid niet meer bij te stellen.

Laatst gecontroleerd: