Witgoud.com

Waar witgoud uit bestaat

Het stempel in een sieraad noemt precies één getal: het aandeel goud. Over de andere helft van de massa zwijgt het, terwijl juist die helft de kleur, de stugheid en een eventuele huidreactie bepaalt. Deze pagina zet de gangbare recepturen naast elkaar en legt uit wat elk toegevoegd metaal doet. Wat de verhoudingen betekenen voor gewicht en hardheid staat op eigen pagina's.

In 585-witgoud is 58,5 procent van de massa goud. De resterende 41,5 procent bestaat uit zilver, koper en zink, plus één ontkleurend metaal: nikkel of palladium. Die ene keuze bepaalt vrijwel alles wat je later aan het sieraad merkt — kleurindruk, stugheid, prijs en huidvriendelijkheid.

Eén wettelijk getal, veel vrije ruimte

De keuring controleert of het goudaandeel klopt met de gestempelde waarde. Wat de fabrikant verder in de smelt gooit, is een bedrijfskeuze. Twee ringen met dezelfde 750-stempel kunnen dus totaal verschillend materiaal zijn: de ene stug en koelwit, de andere zacht en roomkleurig. Voor de goudwaarde maakt dat niets uit, voor het draaggedrag alles.

Legeringen worden bovendien als kant-en-klare korrel ingekocht bij een smelterij. De juwelier die jouw ring maakt, kent meestal de handelsnaam van de legering maar niet de exacte verhoudingen; die zijn bedrijfseigen.

Indicatieve recepturen

Bandbreedtes uit gangbare handelslegeringen, in massaprocenten. Alleen het goudaandeel ligt vast; de rest verschilt per smelterij en per serie.
LegeringGoudPalladiumZilverNikkelKoper en zink
375 wit37,50 – 55 – 200 – 1225 – 45
585 met nikkel58,500 – 59 – 1325 – 32
585 met palladium58,58 – 1225 – 3200 – 6
750 met nikkel75,000 – 38 – 1210 – 16
750 met palladium75,010 – 166 – 1400 – 5

Optellen tot exact honderd lukt met deze bandbreedtes niet: het zijn marges, geen recepten. Vraag de verkoper om de handelsnaam van de legering als je zekerheid wilt over nikkel.

De rol van elk metaal

Waarom de kleur nooit zuiver wit wordt

Goud is een sterke kleurdrager. Bij 750 is driekwart van de massa geel en blijft er weinig ruimte over om dat te compenseren; bij 585 is die ruimte bijna twee keer zo groot. Daarom valt een goede 585-legering van nature witter uit dan een 750-legering, en heeft de rhodiumlaag bij hogere gehaltes meer werk te verzetten. De kleurindruk per legeringstype staat apart uitgewerkt.

Wil je van gehalte naar samenstelling rekenen, dan helpt de omrekening tussen karaat en millesimaal gehalte: het complement van het gehalte is precies de ruimte die de legeerder heeft.

Veelgestelde vragen

Staat de samenstelling ergens in het sieraad gestempeld?

Nee. Stempels vermelden het goudgehalte en soms een meester- of keurteken. Voor de overige metalen ben je afhankelijk van de opgave van de fabrikant of van een meting.

Bevat witgoud altijd zilver?

Nee. In sommige nikkellegeringen zit vrijwel geen zilver; de ontkleuring komt daar van nikkel en de rest is koper en zink. In palladiumlegeringen is zilver juist vaak het grootste bijmetaal.

Verandert de samenstelling als oud goud wordt omgesmolten?

Ja, licht. Zink en in mindere mate andere elementen verdampen bij smelten. Werkplaatsen vullen daarom bij met verse legering of laten materiaal raffineren voordat het opnieuw wordt gebruikt.

Is een legering met veel palladium ook een hoger gehalte?

Nee. Het gehalte gaat alleen over goud. Palladium telt mee als bijmetaal, ook al is het zelf een edelmetaal met een eigen marktwaarde.

Laatst gecontroleerd: