18 of 21 karaat witgoud
Bij de lagere gehaltes gaat de keuze over slijtage en prijs. Hierboven gaat hij over iets anders: of het materiaal überhaupt te verwerken is tot het sieraad dat je voor ogen hebt. Deze vergelijking loopt daarom langs de criteria van de werkplaats, niet langs die van de vitrine.
750 is het hoogste gehalte waarin witgoud nog volwaardig te maken en te repareren is. Bij 875 blijft er zo weinig legeringsruimte over dat de kleur bleekgeel wordt, het materiaal te zacht is voor zetwerk en passend soldeer nauwelijks verkrijgbaar. Voor witgoud is 750 daarmee de praktische bovengrens.
Werkplaatscriteria naast elkaar
| Criterium | 750 (18 karaat) | 875 (21 karaat) |
|---|---|---|
| Ruimte voor ontkleurend metaal | Een kwart van de massa | Een achtste, te weinig voor wit |
| Stevigheid van de band | Werkbaar, mits voldoende profiel | Vervormt onder normale handkracht |
| Zetten van stenen | Klauwen buigen en houden vast | Klauwen geven te veel mee |
| Soldeer op voorraad | Standaard in elke werkplaats | Speciale bestelling, langere doorlooptijd |
| Halffabricaat in witte legering | Ruim leverbaar | Nauwelijks als wit materiaal |
| Keuring in Nederland | Erkend gehalte | Buiten de gebruikelijke reeks |
Waarom het bij ontkleuren misgaat
Ontkleuren is dosering, en dosering vraagt volume. Bij 750 kun je een aanzienlijk deel van de vrije ruimte aan palladium of nikkel besteden en houd je nog genoeg over voor stevigheid en gietgedrag. Bij 875 is de totale vrije ruimte kleiner dan wat een goede witlegering alleen al aan ontkleurder nodig heeft. Het resultaat blijft bleekgeel, hoe je het ook verdeelt. De volledige rekensom staat bij 875 en de recepturen bij de samenstelling van witgoud.
Daarom is vrijwel elk wit sieraad met stempel 875 gerhodineerd geel goud. Dat is technisch prima, maar het kleurcontrast bij doorslijten is maximaal en dus zichtbaar binnen een jaar bij dagelijks dragen.
De tweede grens: zachtheid
Zelfs als de kleur geen bezwaar was, blijft het materiaal het probleem. Bij 875 is bijna negen tiende van de massa zuiver goud, en de hardheid nadert die van het zuivere metaal. Een ringband vervormt dan onder de druk van een handdruk of een tas, en een zetting houdt een steen niet betrouwbaar vast. Sieraden in dit gehalte worden daarom in de markten waar het gangbaar is bewust zwaar en massief uitgevoerd, met weinig kwetsbare details. Zie zettingen in witgoud voor wat een zetting nodig heeft.
Beslisregel
- Je wilt witgoud dat draagbaar en repareerbaar is → 750, zonder aarzeling.
- Je wilt maximale goudinhoud en kleur doet er niet toe → 875 in geel, geen wit.
- Je hebt een 875-erfstuk en wilt het wit houden → laat het rhodineren en accepteer periodiek onderhoud.
- Je koopt in een markt waar 875 gebruikelijk is → vraag naar de kleur van het basismateriaal, niet naar het gehalte.
- Je zoekt waardeopslag in plaats van een sieraad → dan is de vorm van het goud belangrijker dan het karaatgetal.
Wat er nog een stap hoger gebeurt, staat bij 916. Het gehalte dat hier wél werkt, staat bij 750. Voor de omrekening tussen karaat en duizendsten: gehalte omrekenen.
Veelgestelde vragen
Kan een Nederlandse juwelier 875 witgoud bestellen?
Als wit materiaal is het nauwelijks leverbaar. In geel kan het, maar dan is rhodineren de enige manier om het wit te krijgen.
Levert 875 bij inkoop meer op dan 750?
Per gram wel, omdat het goudgehalte hoger is. Een afwijkend gehalte wordt eerst gemeten voordat er een bod komt.
Is 21 karaat sterker omdat het meer goud bevat?
Nee, precies andersom. Meer goud betekent minder bijmetaal en dus zachter materiaal. Zuiver goud is het zachtst van allemaal.
Kan mijn 875-ring in 750 worden omgewerkt?
Niet door bewerking. Wel kan het materiaal als goudwaarde worden ingebracht bij een nieuwe opdracht in een bewerkbaar gehalte.
Laatst gecontroleerd: